MISSIE
De afdeling Centrum Begeleid Wonen
van het Centrum voor Ambulante Begeleiding (CAB),
werkzaam in de Bijzondere Jeugdbijstand, wil
geëngageerde, professionele, ambulante op
zelfstandigheid gerichte hulpverlening bieden en helpen
garanderen aan de meest kwetsbare jongeren opdat zij zich
verder kunnen ontplooien.
Begeleid Zelfstandig Wonen
- is er voor elke jongere die het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg of de Jeugdrechtbank naar ons doorstuurt
- begeleidt aan huis bij zelfstandig wonen
- met de bedoeling dat de jongere zijn plan leert trekken
- en dat hij zich goed voelt met zichzelf en zijn omgeving.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
DOELGROEP
Jongeren die Begeleid
Zelfstandig gaan wonen zijn minstens 17 en kunnen
hoogstens tot hun 21ste verjaardag in begeleiding
blijven. De jongeren worden naar ons verwezen door het
Comité voor Bijzondere Jeugdbijstand of de
Jeugdrechtbank. We richten ons op jongeren die een
begeleiding behoeven die is gericht op het verhogen van
hun zelfstandigheid, zowel materieel-praktisch als
psycho-sociaal. Het zijn jongeren die omwille van hoog
opgelopen problemen niet meer thuis, in het pleeggezin of
de instelling kunnen verblijven, of die omwille van
omstandigheden nu de stap willen of moeten zetten naar
zelfstandig wonen. Het betreft meestal jongeren die
alleen (gaan) wonen maar ook jongeren in andere
leefsituaties kunnen door onze dienst intensief ambulant
begeleid worden. We denken aan jongeren die nog thuis of
elders wonen voor zover minstens bij één van de
partijen een wens is dat de jongere binnen afzienbare
tijd gaat zelfstandig wonen, jongeren die samenwonen met
een partner of een vriend, jonge ouders met hun kindje.
De begeleiding focust zich op de jongere, maar betrekt
leden van het netwerk van de jongere in functie van de
verder geschetste doelstellingen.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
ALGEMENE DOELSTELLINGEN
Het begeleid zelfstandig wonen is
erop gericht dat de jongere zich kan handhaven en een
plaats kan verwerven in de samenleving die voor hem
aanvaardbaar is. Dit houdt een evenwicht in tussen
enerzijds autonoom kunnen functioneren en anderzijds een
plaats opbouwen of behouden in een netwerk van mensen
rondom zich. Omdat de problematische situaties waarin
onze cliënten terechtkomen ook te maken hebben met
maatschappelijke factoren, vinden we ook dat we
maatschappelijke problemen en structurele belemmeringen
moeten signaleren aan de bevoegde diensten en overheden
in de hoop zo bij te dragen tot een verandering. We
kunnen dus drie belangrijke doelstellingen onderscheiden:
- De jongere kan
zo veel mogelijk autonoom functioneren.
- De jongere
verwerft een plaats binnen een netwerk van mensen
om zich heen.
- Aan de
bevoegde diensten en overheden worden
maatschappelijke problemen en belemmeringen waar
de jongeren mee te maken hebben gesignaleerd.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
WAARDEN EN VISIE
Maatschappelijk
...
... gaan we uit van
ieders fundamenteel recht om zijn leven en welzijn te
bepalen in de mate dat daardoor hetzelfde recht van
anderen niet geschonden wordt. Ieder mens in een
probleemsituatie heeft het recht om geholpen te worden.
De maatschappij heeft tot taak deze hulpverlening te
organiseren en middelen ter beschikking te stellen.
Mensen zijn actieve probleemoplossers. Zij hebben eigen
opvattingen over hoe problemen dienen aangepakt te worden
en handelen daarnaar. Bij de jongeren die wij begeleiden
zien we vaak op dit vlak een zoekproces, een formuleren
van opvattingen die weer in twijfel worden getrokken,
lang aarzelen, dan weer keuzes maken en acties
ondernemen, maar soms ook die keuzes snel opnieuw in
vraag stellen.
Wij moeten trachten aan te sluiten bij de initiatieven
van de jongeren en hun omgeving, hun aanpak versterken of
in goede banen leiden. De verantwoordelijkheid van de
jongeren wordt vooropgesteld. De begeleiding informeert,
wijst andere mogelijke denkrichtingen aan, confronteert
met de gevolgen van de te nemen of de genomen
beslissingen van de jongere. Enkel als de fysieke en
psychische integriteit van jongeren of hun kinderen
ernstig gevaar loopt, zal overwogen worden welke stappen
de begeleiding kan of moet nemen teneinde deze
integriteit te vrijwaren met zo groot mogelijk respect
voor het zelfbeschikkingsrecht van de jongeren.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| Onze jongeren ... ... behoren vaak tot de meest kwetsbare
groepen. Wij willen dan ook steeds uitgaan van hun
groeikansen en hun belangen. We vinden het daarom ook
belangrijk om te zoeken naar kanalen waarlangs jongeren
kunnen bijdragen tot, en een plaats krijgen in de uitbouw
van onze werking, door correct te informeren, hen te
betrekken bij beslissingen over hun eigen
hulpverleningsproces, inzage te verlenen in verslaggeving
en dossier, hun privacy zo goed mogelijk te respecteren,
te zoeken naar wegen om nog meer rekening te houden met
hun mening.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| De verwijzer... ... is in zijn rol van maatschappelijke
opdrachtgever voor ons zeer belangrijk. Het zijn de
verwijzers (Comité voor bijzondere jeugdzorg,
jeugdrechtbank) die samen met de betrokkenen een analyse
maken van de probleemsituatie en van daar uit gaan zoeken
naar de meest geschikte oplossing. Het CAB is verplicht
de jongeren op te nemen die doorverwezen worden.
Na de doorverwijzing blijft de verwijzer betrokken in het
begeleidingsproces. Hij evalueert mee de zinvolheid van
verdere begeleiding en neemt mee beslissingen rond verder
zetten of stoppen van de begeleiding. De begeleider houdt
de verwijzer op de hoogte door middel van een
handelingsplan en driemaandelijkse evolutieverslagen, en
bij eventuele belangrijke evoluties.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| De individuele begeleider... ... gaat op weg met de concrete jongere. Hij
toont een warme belangstelling voor de jongere, zijn
leefwereld en zijn activiteiten. De relatie tussen de
begeleider en de jongere is één van de peilers van onze
werking. De begeleider tracht voorspelbaar en betrouwbaar
te zijn. Hij zoekt naar een evenwicht tussen enerzijds
nabij zijn om zicht te krijgen op de verschillende
aspecten van het functioneren van de jongere en
anderzijds voldoende professionele afstand bewaren. De
begeleider zal in wat hij hoort en antwoordt steeds op
zoek gaan naar de groeikansen en de mogelijkheden voor de
jongere.
De begeleidingsrelatie blijft steeds gekaderd in de
hulpverleningsopdracht en de samenwerking met de
verwijzer.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| Mensen rondom de jongere... ... worden als dat wenselijk is betrokken in
de begeleiding: ouders, familie, lief, werkgever,
vrienden,... De begeleider blijft oog houden voor de
omgeving van de jongere, en brengt deze ter sprake binnen
de begeleidingsrelatie. Waar wenselijk houdt of zoekt hij
contact met mensen uit die omgeving. Ook in deze
contacten is zijn zorg het vrijwaren en verhogen van de
groeikansen van de jongere.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| De begeleiding... ... start vanuit een aanmeldingsvraag en
hulpverleningsprogramma dat de verwijzer in overleg met
de jongere opstelde.
In de eerste begeleidingscontacten beluisteren we de
hulpvragen, maar ook de mogelijkheden van de jongere. We
observeren hoe de jongere zijn zelfstandig wonen
voorbereid en opstart. Op basis van deze bevraging en
observatie schrijven we een handelingsplan. Dit gebeurt
in overleg met de jongere, en we brengen het dan in
communicatie met de verwijzer.
De begeleiding verloopt gefaseerd: de inbreng en sturing
van de begeleiding zal gaandeweg afnemen en ruimte maken
voor eigen groei en initiatieven van de jongere.
Na een observatiefase van één maand volgen een
werkfase, een zelfwerkfase en een afbouwfase. Naargelang
de begeleiding zal deze fasering meer of minder expliciet
zijn.
De begeleider verplaatst zich voor zijn begeleidingen naar
de leefwereld van de jongere. Een groot deel van de
begeleidingscontacten vindt plaats bij de jongere thuis,
soms gaan we met de jongere op stap.
Regelmatig evalueren we de begeleiding door middel van
samen opgebouwde evolutieverslagen.
Elke beslissing rond het verder zetten of stoppen van de
begeleiding wordt genomen in overleg met de verwijzer.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
| Het team ... ... volgt de verschillende begeleidingen
regelmatig op. De algemene begeleidingslijnen worden
uitgewerkt op een teamvergadering. De begeleider geeft op
het team aan of hij met de voorgestelde lijn, strategie,
methode verder kan, en er wordt van hem verwacht dat hij
die in praktijk brengt. Blijft dat het heel wat
creativiteit en soepelheid vraagt om met soms vrij
algemene lijnen in te spelen op zeer concrete, vaak
wisselende en onverwachte situaties.
De begeleider krijgt een bijkomende ondersteuning onder
de vorm van regelmatige individuele werkbesprekingen met
de pedagogisch verantwoordelijke (PV). Deze besprekingen
hebben ook tot doel de PV op de hoogte te houden van de
evoluties, en hem toe te laten de verantwoording voor de
lopende begeleidingen af te leggen tegenover de
organisatie, die de begeleidingen formeel krijgt
toevertrouwd.
In het team wordt ook de algemene werking van Begeleid
Zelfstandig Wonen besproken, en worden opties genomen om
deze werking bij te sturen en te verbeteren. We doen dit
op aparte momenten zodat noch de individuele
cliëntopvolging, noch de uitbouw van de werkvorm te
weinig aandacht zouden krijgen.
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
CONCRETE DOELSTELLINGEN EN
WERKINSTRUMENTEN
De hoger geformuleerde
doelstellingen worden opgesplitst in concretere,
operationele doelstellingen. Deze doelstellingen zijn
streefdoelen, die niet door alle jongeren zullen
kunnen bereikt worden.
- De
jongere weet waar hij terecht kan voor informatie
en hulp bij zijn problemen en zijn vragen.
- De
jongere heeft een goede woonst en komt zijn verplichtingen als huurder na.
- De
jongere heeft een gezonde levensstijl (voeding,
hygiëne, levensritme, seksualiteit, omgaan met
genotmiddelen,...) en reageert gepast op
gezondheidsproblemen als die zich voordoen.
- De
jongere is gericht op het legaal verwerven van
voldoende inkomsten.
- De
jongere slaagt erin zo technisch te budgetteren
en prioriteiten te leggen dat hij rondkomt met
zijn geld, op langere termijn kan plannen en
daarin zelf verantwoorde keuzes kan maken.
- De
jongere houdt zijn administratie in orde, zet
daartoe de nodige stappen en bewaart zijn
dossiers.
- De
jongere organiseert zijn dagelijks leven, plant
daarin zijn huishoudelijke taken (koken, wassen
en strijken, inkopen, onderhoud van de woonst) en
zorgt dat ze regelmatig zijn uitgevoerd.
- De
jongere zoekt, vindt en behoudt een voor hemzelf
gepaste en zinvolle dagbesteding (werk,
opleiding, vrijetijdsbesteding).
- De
jongere weet zich gepast te gedragen in sociale
situaties.
- De
jongere heeft een emotioneel evenwicht bereikt
dat hem in staat stelt op een rustige en
realistische manier om te gaan met problemen uit
het verleden en in het heden en bewust te bouwen
aan zijn toekomst.
- De
jongere slaagt erin een netwerk van mensen om
zich heen op te bouwen en te behouden.
- De
jongere heeft zicht op zijn familiale
geschiedenis, en slaagt erin gepast om te gaan
met zijn ouders en/of familieleden.
- De
jongere is in staat een intieme relatie op te
bouwen.
We werken naar de realisatie van
deze doelstellingen toe door middel van :
- Huisbezoeken
- Participeren
aan en modelen in de leefwereld van de jongeren
door o.m. samen taken op te nemen (thuis en
elders).
- Het actief
opzoeken van informatie m.b.t.
ontwikkelingskansen voor de jongere(n), al dan
niet samen met de jongere
(opleidingsmogelijkheden, vrije tijdsbesteding,
werk)
-
Het organiseren van een vormingsaanbod voor
jongeren, intern en met verwijzingen naar externe
vorming.
- Het aanleren
van allerlei vaardigheden op de verschillende
domeinen van het begeleid zelfstandig wonen
(gebaseerd op het competentiemodel)
- Contacten met
omgeving van de jongere in functie van de
ontwikkelingskansen van de jongere.
- Samenwerking
met en doorverwijzing naar andere hulpverlening
(OCMW, eerste lijn, GGZ) met duidelijke afspraken
rond privacy, respect voor rechten van cliënten.
- Het
budgetsysteem, met geblokkeerde rekening,
fasering, budgetplan, mogelijkheid tot
individualisering.
- Het aanbieden
van een administratiemap die kan
geïndividualiseerd worden.
- Psycho-sociale
begeleiding met verkenning van problemen,
adviezen, hulp bij verwerking van (traumatische)
ervaringen, relationele problematieken.
- Het in kaart
brengen van het netwerk rond de jongere, o.m.
door middel van specifieke instrumenten
(genogram, sociogram).
Terug naar inhoudsopgave C.B.W.
|
|
|